Kwaliteit en opbrengsten

Scholen verschillen in identiteit, werkwijze, sfeer en resultaten. Scholen verschillen ook in kwaliteit. Bij het kiezen van
ontwikkelingsmaterialen en lesmethoden wordt heel nadrukkelijk gelet op de kwaliteit ervan. Kunnen kinderen goed leren met
deze materialen, ziet het materiaal er aantrekkelijk uit? Zit er voldoende leerstof in de methode of materialen voor zowel de
kinderen die meer en moeilijker werk aankunnen, alsook voor de kinderen die extra oefenstof nodig hebben? Hoe worden de
(tussen)resultaten gemeten?

Nog belangrijker dan de materialen en methoden die de school hanteert, zijn de mensen die er werken. Zij zorgen ervoor
dat de materialen en methoden zinvol gebruikt worden. De onderwijsgevenden besteden veel tijd aan samenwerking, overleg
en onderlinge afstemming. Het onderwijs en de maatschappij veranderen voortdurend; jaarlijks wordt er dan ook veel geld
uitgegeven aan nascholingscursussen en studiedagen.

De leerling staat centraal en er is een goed en open contact tussen de ouders en de school, waarbij er tevens sprake is van
een open en eerlijke informatieverstrekking aan de ouders. Is die kwaliteit te meten? Zijn onze opbrengsten goed?

De CITO-eindtoets is één van de middelen om te meten welke vorm van voortgezet onderwijs het meest geschikt is voor een
kind. Deze toets geeft een voorspelling van het schoolsucces van de individuele leerlingen. De cognitieve prestaties van de
leerlingen (de prestaties waar het louter gaat om de kennis), zijn voor een groot gedeelte ook te meten met de toetsen van
het CITO-leerlingvolgsysteem. Dit is een methode-onafhankelijk toetssysteem. In dit systeem kunnen toetsscores die op
verschillende tijdstippen in de schoolcarrière zijn verkregen met elkaar vergeleken worden. Hierdoor wordt zichtbaar hoeveel een leerling in een bepaalde periode vooruitgegaan is ten opzichte van een eerder meetmoment.
schoolrapport correctieLG 2012

In bovenstaande tabel blijkt dat OBS De Kring de afgelopen 5 jaar slechts een maal lager scoorde dan het landelijk gemiddelde. Hoewel daar van te voren al rekening mee gehouden werd (deze groep kende > 20 % zij-instromers die pas na groep 6 onze school bezochten), is een zorgvuldige analyse gemaakt van de onderdelen die destijds onvoldoende gescoord werden. Dat gebeurt overigens elk jaar, ook indien de resultaten wél bevredigend zijn. Het borgen van de behaalde kwaliteit is dan de opdracht. Indien we de CITO-eindopbrengsten bekijken over de afgelopen 10 jaar zien we eveneens slechts 1 jaar een lagere score dan het landelijk gemiddelde. Hoewel we tevreden zijn met deze behaalde resultaten, willen we ons niet beperken tot de CITO-eindopbrengsten indien we het hebben over kwaliteit. OBS De Kring is namelijk van mening dat daarnaast ook nog
andere zaken een rol dienen te spelen bij het bepalen van de kwaliteit, zoals het maken van een sterkte-zwakte analyse (waar
zijn we goed in, wat willen we verbeteren, waarin verschillen we van andere scholen). Komt het kind voldoende aan zijn trekken, is eruit gehaald wat erin zit, zit de leerling op zijn plaats, zit de leerling na 2 jaar voortgezet onderwijs nog steeds op de goede plaats, voelt het kind zich gelukkig met de gemaakte keuze? We willen niet alleen maar naar de eindsituatie te kijken, we streven er naar om gedurende de gehele schoolloopbaan uit elk kind het maximale te halen.

De school let niet alleen louter op kennisoverdracht, maar zorgt er ook voor dat kinderen met plezier naar school gaan, sociale vaardigheden verwerven en voldoende meekrijgen over waarden en normen. Om dit te meten maken we gebruik van het CITO-programma Viseon waarvan de resultaten een beeld geven hoe het kind zich voelt of hoe het zich sociaal ontwikkelt. Samen met de cognitieve resultaten wordt in het regelmatige VCB-overleg door de IB en de leerkracht een completer beeld geschetst van de leerling.

Ook een enquête onder de ouders kan waardevol zijn voor het meten van kwaliteit op school. Daarnaast wordt de school ook regelmatig door de inspectie bezocht. De resultaten van een dergelijk bezoek zijn met name voor de school van belang om een beeld te krijgen van de dingen waar men op een positieve wijze mee bezig is en welke zaken de school nog kan verbeteren. Daarom mondt zo’n inspectiebezoek altijd uit in een zogenaamd “ontwikkelingsgericht” advies aan de school. De inspectie beoordeelt of de school zwakker of beter dan verwacht of naar rato scoort bij de behaalde eindopbrengsten. Dit kunt u te allen tijde lezen op de website van de Inspectie (www.onderwijsinspectie.nl).

OBS De Kring wenst een veilige leefgemeenschap te bieden waarin kinderen met verschillende achtergronden opgroeien en
van elkaar leren. De begrippen respect en vertrouwen zijn hierbij sleutelwoorden; elk kind dient begeleid te worden in de ontwikkeling naar een zelfstandig mens met verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de samenleving. De leerkrachten zijn in staat een goede sfeer te scheppen; ze dienen een positief contact met de kinderen te hebben en moeten zich kunnen inleven in de wereld van het kind.

De kwaliteit van een school hangt dus af van een veelheid van factoren.
OBS de Kring
Stellendaal 15,
6228 GC Maastricht
Tel: 043-3611647
email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 
logokring 

Stichting kom Leren
Oranjeplein 201
6224 KV Maastricht

tel: 043 4100300

email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 logo